Risico's in de textiel-sector
De textielindustrie kent een combinatie van fysieke, chemische en ergonomische risico's die sterk afhangen van het productieproces en de functie van de medewerker. Dit zijn de meest voorkomende risicocategorieën in spinnerijen, weverijen, ververijen en confectiebedrijven.
Blootstelling aan textielfijnstof
Bij het spinnen, weven en verwerken van katoen, wol en synthetische vezels komt fijnstof vrij dat de luchtwegen belast. Langdurige blootstelling leidt tot byssinose, chronische bronchitis en COPD. Stofconcentraties moeten worden gemeten en getoetst aan de wettelijke grenswaarden (Arbobesluit art. 4.17a). Technische beheersmaatregelen en ademhalingsbescherming zijn verplicht wanneer grenswaarden worden overschreden.
Geluidschade door machines
Weefmachines, spinmachines en afspoelinstallaties produceren geluidswaarden die regelmatig boven de 85 dB(A) uitkomen. Boven deze grenswaarde zijn technische maatregelen, werkplekzonering en persoonlijke gehoorbescherming verplicht (Arbobesluit art. 6.6). In de RI&E worden de geluidsniveaus per werkplek gemeten en de dagelijkse blootstellingsduur per medewerker vastgelegd.
Gevaarlijke stoffen bij verven en finishing
Bij het verven, bleken, impregneren en flameproofing worden stoffen gebruikt zoals azo-kleurstoffen, reactieve kleurstoffen, chloorbleekloog, formaldehyde en PFAS-houdende waterafstotende middelen. Een deel hiervan is kankerverwekkend of sensibiliserend. De RI&E inventariseert elk gebruikte gevaarlijke stof via het chemische register en beoordeelt blootstellingsroutes en de doeltreffendheid van bestaande beschermingsmaatregelen.
Repeterende bewegingen en RSI
Bij het spoelen, knippen, naaien en controleren van stoffen voeren medewerkers dezelfde bewegingen duizenden keren per dag uit. Dit leidt tot overbelasting van pols, schouder en nek (RSI). De RI&E analyseert werkhoudingen en bewegingsfrequenties via een ergonomische quickscan en doet aanbevelingen voor taakvariatie, aanpassing van de werkplekhoogte en pauzebeleid.
Machineveiligheid en beknellingsgevaar
Weefgetouwen, naai-automaten en snijmachines bevatten bewegende delen met risico op beknelling, snijwonden en kwetsuren. Machines moeten zijn voorzien van CE-markering en doeltreffende afschermingen (Machinerichtlijn 2006/42/EG). In de RI&E worden de aanwezige veiligheidsvoorzieningen per machine beoordeeld en ontbrekende maatregelen opgenomen in het Plan van Aanpak.
Cumulatieve blootstelling: stof, lawaai en chemicaliën
Medewerkers in de textielindustrie worden vaak gelijktijdig blootgesteld aan fijnstof, overmatig lawaai en chemicaliën. Dit cumulatieve effect vergroot het gezondheidsrisico aanzienlijk ten opzichte van afzonderlijke blootstelling. De RI&E combineert metingen van fijnstof, geluid en chemische stoffen in één geïntegreerd onderzoek om gecombineerde risico's zichtbaar te maken en te prioriteren.
Let op: Bij gebruik van CMR-stoffen (kankerverwekkend, mutageen of reprotoxisch) in de textielproductie geldt een vervangingsplicht: de werkgever moet aantoonbaar hebben onderzocht of vervanging door een minder gevaarlijke stof mogelijk is (Arbobesluit art. 4.17). Dit moet zijn vastgelegd in de RI&E en het bijbehorende Plan van Aanpak.

